Mannen maakten huiden klaar door het vet er af te schrapen. Vrouwen waren slaapmatjes aan het weven.
Meisjes toonden hun potten voor bier en water. Wanneer een schoteltje omgekeerd op de kruik stond, wou dit
zeggen: “gasten, er is bier!”. Wanneer het schoteltje recht op de kruik stond, was het bier op. Ongetrouwde
meisjes droegen korte rokken en mochten de borsten onbedekt laten. Getrouwde vrouwen droegen lange
rokken en borstbedekking van dierenvel met een riem om de buikspieren goed op te spannen. Ze moesten
vanaf het huwelijk een rode, geweven hoed dragen, ook ’s nachts. Daarom slapen ze ’s nachts op een houten
hoofdsteun. Grootmoeder kwam tussen bij de ruzies tussen de vrouwen. Er waren geregeld ruzies wanneer de
man één vrouw meer bezocht dan een andere. De man had ook een rusthut voor wanneer hij alleen wou zijn.
De mannen hebben een houten kopje om op hun penis te zetten wanneer ze niet willen afgeleid worden bij hun
taak door het vrouwelijk schoon.