We reden naar Hermanus, een mooi kuststadje met een promenade aan de
kust en een echte “whale-criër”. Dit is een persoon met een grote hoorn die
toetert wanneer er een walvis te zien is. Elke soort walvis heeft een andere
code. Deze man was een echte attractie op zich.
We bestelden een whale-cruise voor de namiddag en gingen dan een lekkere
zeeschotel eten met mosseltjes en inktvis.
Om 15 uur stapten we op de boot om walvissen te gaan zoeken.
Bij aanvang van de vaart zei de kapitein dat hij voor niemand terugkeerde,
hoe ziek je ook werd. Hij had wel voldoende zakjes mee. Ik was er al niet zo
gerust meer in. In de haven was de vaart nog vrij rustig, maar eens we de haven
uit voeren, ging het er vrij wild aan toe. De boot sneed door de hoge golven en
ging soms volledig verticaal. Ik vond dit fantastisch en ben zelfs eens op het
bovendek gegaan om een beter zicht te hebben op de magnifieke beesten.
Je moest je wel goed vasthouden om niet van de boot te donderen.
Christophe werd eerst bleek, dan geel en dan groen. Daarna kotste hij drie
zakjes vol. Samen met de jongen die op de boot werkte, heb ik dan maar de
passagiers voorzien van zakjes. Twee Chinese meisjes konden er blijkbaar ook niet goed tegen. Ik had er totaal
geen last van.’s Avonds was Christophe nog ziek en kroop hij in bed. Het enige dat hij wilde eten, was yoghurt.
In de kamer naast ons, lag een jongen die ziek was van “cage-diving”, duiken tussen de haaien in een kooi.
Ons hotel, Pebble Beach, was wel prima in orde! We hadden een mooie, luxueuze kamer.